Posts

Wie schön leuchtet der Morgenstern BWV 739 – Track 30

Afbeelding
Wie schön leuchtet der Morgenstern / Voll Gnad vnd Warheit von dem HERRN /     Die süsse Wurtzel Jesse?   Du Sohn Dauid / auß Jacobs Stamm / Mein König vnd mein Bräutigam /     Hast mir mein Hertz besessen /   Lieblich /   freundtlich /   Schön vnd herrlich /   Groß vnd ehrlich /   Reich von Gaben / Hoch vnd sehr prächtig erhaben Philipp Nicolai is de auteur van twee van de beroemdste koralen in de protestantse traditie: Wachet auf ruft uns die Stimme en Wie schön leuchtet der Morgenstern. Bach bewerkte beide koralen diverse keren, voor orgel zijn er van Wie schön… alleen twee vroege bewerkingen. Nicolai schreef tekst en melodie in 1597. Hij baseerde de tekst op Psalm 45 en het Hooglied; het staat vol met de zgn. mystieke bruiloftssymboliek: “mijn koning en mijn bruidegom”. Deze symboliek is sterk gekoppeld aan het heilig avondmaal, en zelfs de lengte van de regels zijn zo uitgekiend dat zij, ...

Der Tag der ist so Freudenreich BWV 719 – Track 29

Afbeelding
Der Tag der ist so freudenreich Aller Kreature, Denn Gottes Sohn vom Himmelreich Über die Nature Von einer Jungfrau ist geborn: Maria, du bist auserkorn, Daß du Mutter wärest: Was geschah so wunderlich? Gottes Sohn vom Himmelreich Der ist Mensch geboren. De tekst van dit kerstkoraal, dat Bach ook nog in het latere Orgelbüchlein zou toonzetten, is afkomstig uit het Medinger Handschrift (1320) en al in de 14 de of 15 de eeuw naar het Duits vertaald vanuit het Latijn; later heeft Luther daar ook nog wijzigingen in doorgevoerd. De melodie is   waarschijnlijk vroeg 16 de eeuws, en was een volksliedje; de vroegst bekende tekst op deze melodie is Ein Kindelein so löblich . In deze periode van Bach’s eerste organistenbaan in Arnstadt zien we dat de koraalbewerkingen groter en ambitieuzer worden. Maar ook zijn er nog een aantal kortere bewerkingen overgeleverd, alsmede een aantal fragmenten. De bewerking over het kerstkoraal Der T...

Wir Christenleut BWV 1090 – Track 28

Afbeelding
Wir Christenleut haben jetzund Freud, weil uns zu Trost Christus ist Mensch geboren, hat uns erlöst. Wer sich des tröst‘ und glaubet fest, soll nicht werden verloren. Een   kerstkoraal dat Bach voor orgel drie keer zou bewerken, maar waarvan deze de vroegste is. Later zouden BWV 710 en de bewerking in het Orgelbüchlein volgen. De melodie is van een anonieme componist, en verschijnt eind 16 de eeuw voor het eerst; in Bach’s tijd was deze versie bekend: Opvallend is de mineurtoonsoort (g-dorisch) en de dalende tendens in de meeste regels. De tekst is van Kaspar Füger (1592), en spreekt niet verhalend van de blijde boodschap, maar betrekt de menswording, zoals vaker in de teksten van het piëtisme, op de verlossing van de zondenlast en de rol van het geloof.  Bach, die hier de melodie in het koraal zoals hierboven afgebeeld verwerkt, kiest de vorm van de ‘mini-partita’ zoals we die al eerder zagen (o.a. Aus Tiefer Noth, Track 13). We horen d...

Preludium in g -klein, BWV 535a/1 – Track 27

Afbeelding
Vanuit de periode rond 1704 zijn er een aantal werken in een onvolledige autograaf overgeleverd: van dit werk missen we het laatste blad. Het betreft een vroege versie van de Preludium en Fuga in g BWV 535. Voor de ontwikkeling van Bach als componist is dit een interessant studieobject! In dit vroege manuscript van BWV 535a zien we in vergelijking met de latere BWV 535 een geheel ander Preludium, en een onvolledige en op kleine punten afwijkende Fuga. Ik heb ervoor gekozen om de Fuga niet op te nemen omdat er een latere volledige versie van is overgeleverd, en die dus later in de chronologie aan de orde zal komen. BWV 535a/1 laat een grillig verloop zien, ‘Passagio’ is het bijschrift bij het eenstemmige begin: een vrije orgelimprovisatie die erg aan Buxtehude doet denken. Ook daar waar de eenstemmigheid wordt verlaten en er nadrukkelijke, gepuncteerde akkoorden (compleet met quintparallellen!) klinken is de stijl van de Noordduitse orgelfantasieën en toccata’s dichtbij....

Fantasia (Concerto) in G BWV 571 – Track 26

Afbeelding
In 1702, toen Bach zijn opleiding aan het gymnasium alweer afsloot, verloor hij daarmee zijn kost en inwoning in Lüneburg; hij verschijnt weer op de radar in maart 1703, als hij voor een paar maanden als lakei in dienst komt aan het hof in Weimar. Dat hij daar ook als violist in het beroepsorkest én als hoforganist is opgetreden, is niet onwaarschijnlijk: toen hij eind 1703 het nieuwe Wender-orgel inspeelde in de Neue Kirche in Arnstadt werd hij aangekondigd als ‘hoforganist te Weimar’. Deze jaren voor 1704 zijn een tijd vol veranderingen: in 1703 werd hij na de ingebruikname meteen ook de nieuwe organist van de Neue Kirche in Arnstadt, zijn eerste aanstelling als hoofdorganist op een weliswaar niet groot maar wel splinternieuw orgel. We kunnen niet exact zeggen welk werk Bach heeft geschreven tijdens zijn tijd in Weimar als ‘lakei’. Maar wel is er een werk uit ongeveer deze periode dat daarvoor in aanmerking zou kunnen komen, en dat is de Fantasia in G BWV 571. Aan het hof i...

Preludium en Fuga in C BWV 531 – Track 24 en 25

Afbeelding
Deze scheppingsperiode, waar Bach in Lüneburg voor het eerst kennismaakt met Georg Böhm, sluit af met de virtuoze Preludium en Fuga in C. Dat Bach hechte banden had met Böhm werd in 2006 nog eens bevestigd door de ontdekking van een kopie die Bach maakte van Reinckens ‘An Wasserflüssen Babylon’, waar in het papier dat hij daarvoor gebruikte, Böhms watermerk gevonden werd. Dit werk volgt het volgende stramien: Preludium: pedaalsolo (16den) – preludium met pedaal (voornamelijk 16den) –   virtuoos naspel ( met 32sten) Fuga: expositie (stemmeninzet van boven naar beneden) – ‘nep’ pedaal inzet (niet gehele thema) – divertimento – herexpositie met pedaalinzet – virtuoos naspel met 32sten. Vaak is gewezen op de invloed van Böhm in dit werk, vooral met diens Preludium in C, die ook met een pedaalsolo aanvangt met lange tijd de drieklank op C als ‘materiaal’. Nog vaker is ook gewezen op de ‘onrijpheid’ van het werk, de harmonische trivialiteit in het Preludium en de afwez...

Herr Gott, nun schleuss den Himmel auf BWV 1092 – Track 23

Afbeelding
Herr Gott! nun schleuß den Himmel auf, mein' Zeit zum End sich neiget; ich hab' vollendet meinen Lauf, des sich mein' Seel' sehr freuet, hab' g'nug gelitten, mich mud' gestritten, schick mich fein zu zur ew'gen Ruh. Las fahren, was auf Erden, will lieber selig werden. De Lofzang van Simeon oftewel het Nunc dimittus vormt de basis voor de tekst van Tobias Kiel (17 de eeuw) van dit lied: de oude Simeon kon eindelijk sterven nu hij de kleine Jezus in zijn handen had gehouden, zoals hem beloofd was. Een dankbaar onderwerp voor het piëtisme, waar de persoonlijke ervaring een grote rol speelt. De melodie is van de eveneens (vroeg) 17 de eeuwse Michael Altenburg: Opvallend in deze melodie zijn de vele kleine intervallen, de (kleine) secunde komt het meest voor, sprongen groter dan een terts vallen meestal tussen de regels. Zeer interessant is nu om te zien hoe Bach deze melodie bewerkt. Weer neemt hij de tekst als lei...